Bouwverslag
Stad Geertruidenberg 2
De advertentie van het in de vaart komen van de ‘Stad Geertruidenberg I’.
De beschikking voor de nieuwe boot en rederij.
Dit is het resultaat: de originele tekening uit 1862.
De uiteindelijke foto, waar we mee zijn gaan werken.
Achterschip van het model.
Roerstand achterschip.                                         
Middenschip.                                        
Ingang machinekamer.
Halfmodel.
Detail middenschip.
Een zilveren model van ca. 30cm.    
Enkele voorbeelden van ontwerpschetsen
De boeg was onduidelijk op tekening.                          
Dit gaan we er van maken.                    
Uitwerking van de boegconstructie.                       
De voorsteven wordt een los deel.                 
Het daklicht van de stoommachines.                     
Behuizing ketel, schoorsteen en toebehoren.
Saloningangen 2x.                      
Groot luik machinekamer.
Lagersteun voor de as scheprad.
Scheprad.
De toegang met schuifluiken, zoals dit op museumschip "De Buffel" is uigevoerd.
(Foto's van Maritiem Museum Rotterdam - (MMR)) Deze willen we bij benadering op de Stad Geertruidenberg gaan zetten. Zie ook schetsen hieronder.
Spanten in ruwe vorm.               
Spanten gezaagd.                   
Voormontage en horizontaal bovenspant.
Vooraanzicht ingestoken spanten.
Spanten geplaatst en gelijmd.
Horizontaal dekspant.
Eerste huidplank bevestigd.
Alle planken gelijmd.
De romp moet geplamuurd en geschuurd worden.
Boegspantje geplaatst met overmaat.
De romp is nu gereed om het dek pas te maken.
Kwadrant en stuurwiel.
Vensters en scepters.
Spanten en lagerstoel voor de raderkast.
Roer.
Opbouw scheprad
Gereed
Bolders
Ingang machinekamer
Opstapbordesjes in opbouw.
Spijlenrooster ketelruim.
De 3 onderdelen op de ontwerpschets.
De "kroon"van de schoorsteen.
Bouwverslag van het model van de “Stad Geertruidenberg 2”.

Dit model wordt door 3 leden van de Modelboten Vereniging (MBV) "Het Stormanker", uit Breda, gebouwd.
De vereniging vrienden van Museum "De Roos" in Geertruidenberg heeft onze vereniging gevraagd of wij een model konden en wilden bouwen voor het Museum als museumstuk.
Het model is gesponsord door "Vrienden van Museum De Roos" en het "Bunkercentrum" in Geertruidenberg.
Voor "Het Stormanker" is het vrijwilligerswerk en veel werd materiaal gebruikt wat bij de bouwers thuis lag.
Bouwers zijn: Jac, Martin en Rinus.

De voorganger van dit schip, de "Stad Geertruidenberg 1", had in 1849 een belangrijke rol. Het vervoerde het stoffelijk overschot van koning Willem II van Geertruidenberg naar Rotterdam
(Bron: boek over de Thor).                                                                
In 1861 verscheen onderstaand bericht in de krant.
Ze wachtten dus met smart op het nieuwe schip, wat nog gebouwd werd of gebouwd moest gaan worden.
“Onze” ‘Stad Geertruidenberg’ is het tweede schip met deze naam. Voor die tijd was dit een modern groot schip voor de beurtvaart van Geertruidenberg naar Rotterdam. Er werden diverse aanlegplaatsen aangedaan. Het is gebouwd in 1862 door Scheepswerf J&K Smit in Krimpen a/d Lek of Kinderdijk.
Deze werf was specialist in klipper schepen en deze met stoom aangedreven raderboten.
De locatie van de werf is er nog, maar al vele jaren geleden gesloten. Het balkengat, waar het hout lag af te sterven, is er nog steeds. Het is nu een jachthaven.
De medeaandeelhouder (Adrianus Leendert de Bruijn) woonde als wijnkoopman in huis ‘De Roos’ en drie familieleden waren medeaandeelhouder. Dat is nu dus het museum ‘De Roos’.

Het model
Het model wordt gebouwd op de gebruikelijke schaal 1:50.
We hebben besloten de taken te verdelen. Eén voor de romp, één voor het dek, één voor het verfspuitwerk en voor het moeilijkste het z.g. beslag. Dat omvat alles wat op en aan het schip heeft gezeten als relingen, bolders, stuurwiel, trappen, bordessen, de raderen, enz.

De tekening is schaal 1:40 zoals die ligt in de collectie van het Maritiem Museum Rotterdam (in het vervolg MMR genoemd).
Omdat dit voor een collega museum is, kregen we een kopie van de tekening gratis.
Verder kregen we alle medewerking. Ook een bezoek aan het museum en het depot was geen probleem.
Ze hebben de tekening laten digitaliseren. We kregen hem als PDF-file, die erg grijs was.
Bij een copyshop is dit omgezet naar JPG, zodat de grijze tint weggewerkt kon worden.
Vriend van de Roos, Cees Schuller, heeft via internet een zwart-wit dia weten te verkrijgen uit Frankrijk. Hij kwam het op internet tegen en kocht de foto omdat er een Hollandse molen op staat.
Hij dacht: “Hé dat is in Nederland”. Hij is geïnteresseerd in de maritieme historie van Geertruidenberg. Van de dia is een foto gemaakt in hoge resolutie. Die is verder bewerkt tot 3200 dpi (14GB). De foto van 600 dpi is door een kennis ingekleurd.
Door deze ingekleurde foto kunnen we ongeveer de juiste kleuren aanbrengen.
Het blijft hier en daar toch wel gokken.
Omdat er verder niets bekend is, moesten we er de nodige zaken die op het dek staan bij verzinnen. De salons zaten onder het dek, dus moeten er 2 ingangen gemaakt worden.
Het anker is ook een groot vraagteken. De foto laat daar niets over zien.
Besloten is een z.g. stokanker op het dek te leggen met davit die het anker overboord kan zetten.
Via een kluisgat gaat de ketting naar de ankerlier.
Met de initiatiefnemer, Cees Schuller, naar het MMR geweest.
We zijn meteen naar de bibliotheek gegaan, waar vele rollen tekeningen klaarlagen van de lekboten van de Rederij op de Lek. Daar stonden al veel details op. Deze schepen waren wel van latere datum.
De vroegere "Kapitein Kok", nu "Kapitein Anna", was er één van.
Deze hadden al schepraderen met kantelende schoepen voor grip op het water.
Ons model heeft vaste planken, dus geen draaiende schoepen.

Daarna naar het walhalla, het depot. We hebben uitgebreid gesproken met de restaurateur.
Die heeft zijn leven lang professionele modelbouw gedaan. Ik kreeg prachtige tips mee.
Verder hebben we halfmodellen en volmodellen gezien. Het mooiste was een model schaal 1:40 van de raderboot "Merwede".
Dat model is gebouwd met zink en hout. Het is professioneel gebouwd in de 19e eeuw. Het stond hoog in het schap, maar het is naar voren getrokken, zodat ik foto’s kon maken.
Het model is in 1865 gebouwd en is in 1889 tentoongesteld op de wereldtentoonstelling in Parijs.
Het is vermoedelijk een geschenk geweest als pronkstuk voor rederij Fop Smit.
De “Merwede II” werd in 1865 bij Leen Smit gebouwd voor Fop Smit.
Omdat dit model ook in die tijd gebouwd zal zijn, is het voor de bouw van het model van de "Stad Geertruidenberg" een redelijke bron van ontbrekende gegevens.
Enkele van de gemaakte foto’s van de Merwede
We kregen nog veel te zien en diverse tips hielpen geweldig. Dus thuis weer aan de slag met ontwerpschetsen.
Als het nodig is zijn we altijd welkom in het MMR. Zonder deze geweldige medewerking hadden we nooit zover kunnen komen.
Ook kunnen nog we terecht om vragen te stellen.


De bouw is gestart.


Jac is al druk met het bouwen van de romp. Martin heeft al vele onderdelen gereed. Rinus is continue aan het schetsen om ontbrekende gegevens te ontwerpen. Dat in overleg met Jac en Martin.
Hieronder de opbouw van de romp door Jac.
Jac heeft de romp in ruwbouw gereed. Nu nog plamuren en afwerken.
Het achterschip is moeilijk te vormen uit een massief blokje, dat de achtersteven vormt. Martin heeft een methode bedacht om dit voor elkaar te krijgen. Hij heeft de romp gekregen om dit te bewerken.
Het is ook erg moeilijk zonder duidelijk lijnenplan die juiste vorm te maken uit een blokje hout. Dat erkende Martin ook.

Daarom heeft hij aangeboden om het achterschip proberen te vormen naar die typische klipper vorm.
Hij heeft 2 draadbussen van M6 in de bodem van de romp gelijmd. Hierin komen bouten M6 van onder de voetplaat (die Jac heeft gemaakt), waarop het model komt te staan, vastgezet op 2 ovale steunen (ook van Jac). In die steunen wordt een gat geboord van 6,5mm voor de boutsteel.
De voetplaat en de 2 steunen zijn van puur eiken gemaakt en worden mooi donker eiken gebeitst en gelakt. Diezelfde draadbussen heeft Martin nu gebruikt om de romp te fixeren op een bouwplank. Nu kunnen alle maten worden gecontroleerd t.o.v. de tekening. De nodige correcties kunnen zo eenvoudig worden uitgevoerd. Om de juiste vorm van de achtersteven de krijgen, lijmt hij een aluminium strip in de achtersteven in de vorm de lijn van de knik. Dat is het moeilijkste. Daarvoor heeft hij een groef gefreesd in de lijn van de knik. Daarin is de mal van aluminium gelijmd. Dan alles vullen met plamuur. Boven het houten blokje is de ruimte gevuld met epoxy. Zo kan je zonder schade gaan schuren, want de bovenste lat van de romp wordt hier bijna geheel weggeschuurd. Dat doe je tot het aluminium rand zichtbaar wordt. Onder de kniklijn kan het nu afgewerkt worden naar de vaste vorm van de romp. 
Ook de voorsteven moet nog worden afgewerkt. De boeg moet nog 3 mm omhoog om de juiste deklijn te volgen. Het is ook moeilijk om van zo’n summier spantenplan en gegevens de juiste vorm erin te krijgen.    
Zie foto boven.
Gelukkig heeft Jac de basis gemaakt, zodat we na deze correctie een prachtige romp hebben gekregen.
Martin maakt de vele kleine onderdelen, het z.g. beslag, zoals roer, roerkwadrant, scepters, stuurwiel en als laatste, onderdelen voor raderkast als spanten en de schepraderen. Hieronder een aantal foto's.
Rinus heeft de schoorsteen gedraaid uit een waterleidingbuis van 16 mm. De stoompijp is gemaakt uit een messing buisje. Dat is met een centerdoorn geforceerd om er een uitlopende bovenkant aan te maken.
De koker is gedraaid van een stuk rond messing. Daarop maken we maar een deksel, omdat niet bekend is waar deze koker voor diende. Vermoedelijk een soort van stortkoker.
Rinus is begonnen met het hoofddek
Jac heeft voor Rinus een mal gemaakt die op zijn romp past, zodat Rinus het dek kan gaan bouwen.
Hier is het nog niet compleet. Het is een prima basis om mee te beginnen. Eerst wordt alles met overmaat gemaakt.
Later wordt het pas gemaakt.
Hieronder de foto’s van de voortgang van het dek.
Op de mal van Jac zijn de dekken voor de raderkasten weggesneden. Die worden apart gemaakt.
Daarboven het pasgemaakte polystyreen dek dat is bol gewalst voor de dekrondte door het over een plastic buis te buigen. Daarboven ligt de plastic buis.
De zeeg komt er vanzelf in als de hulpspantjes onder het dek zijn gelijmd. Plan was het vast te schroeven op een houten plank, dat gaat te geforceerd. Door het los te houden moet de zeeg er vanzelf in komen en hopelijk blijft de dekrondte aanwezig. De hulpspantjes moeten daar de nodige steun geven.
Het fineer is vlak gemaakt, door het onder de douche te zetten. Het zit namelijk op een rol.
Daarna is het op een plank gelegd op keukenpapier. Daarop weer keukenpapier en daarop weer een plank. Dat laten drogen en na een week is het keurig vlak geworden.
Rinus heeft gewerkt op een tekenkamer en daar hadden ze nog plastic calques liggen toen hij met pensioen ging. Door de komst van het computertekenen is dit papier overbodig geworden. Je bent modelbouwer dus kan je alles gebruiken. Ook deze calques. Ze zijn watervast en sterk. Ideaal voor dit werk.
Op dit doorzichtige plastic wordt eerst het fineer gelijmd met Bisontix. Hierdoor kan het niet makkelijk meer splijten.
Het fineer is op ruime overmaat gesneden. Het ligt op die polyester calque, gereed om gelijmd te worden.
Na het lijmen is het fineer ingesmeerd met 1 op 1 verdunde witte acryl grondverf. Daarna na 30 seconden met een keukenrol weer uitgewreven en er ontstaat een verweerd dek.
Het fineer is op de calque geplakt en ingesmeerd.
Daarboven ligt het polystyreen dek.
De deklatjes worden afgetekend door dunne puntjes te zetten op het fineer.
Met een stalen rij en een scalpelmesje zijn de langsgroeven ingesneden. Daarna met een dunne stift van 0,3 mm de naden zwart gemaakt om de breeuwlijnen te versterken. Nu moeten de stuiknaden worden vastgelegd en dat is nog een hele klus, omdat het moet kloppen met de openingen in het dek.
Als alle stuiknaden zijn gesneden en getekend wordt het dek met matte blanke lak ingesmeerd.
Op de foto hieronder de romp met polystyreen dek erop. Ervoor ligt het fineer.
Met een scalpelmesje wordt het fineer ingesneden. Als dat gereed is kan het fineer weer in de dekrondte gebracht worden, maar eerst worden de snijlijnen geaccentueerd met een potloodlijn om de breeuwnaden na te bootsen. Dat insnijden en de potloodlijnen worden ook met de rij gedaan.
Die is zwaar en verschuift niet makkelijk. Zo ontstaat een verweerd dek met lange planken. Omdat dit een houten dek is op stalen spanten moeten de kopaansluitingen van de planken op die stalen spanten vallen. De planken liggen in “verband”, dus geen stuiknaden naast elkaar.
De stalen spanten staan duidelijk op de tekening, dus op de middenlijn kunnen b.v. afplakbandjes ter plaatse van de spanten geplakt worden. We schatten in dat de lengte van de planken ca. 4 meter was, dus 8 cm op ons model. Door de planken op de halve lengte in verband te leggen ontstaat een reëel beeld.
Dit is een deel van het dek t.p.v. het middenschip. De roosters zijn er even ingelegd.
Beplanking van het dek
Als het dek gereed is voor montage op de romp, gaat deze weer terug naar Martin.
Hij gaat de ramen erin frezen en worden de kozijnen in de romp gelijmd. Ook het roer wordt eerst gemonteerd.
Gezien de complexiteit van het geheel hebben Martin en Rinus besloten het dek voor het spuiten er op te zetten. De ramen worden vooraf handmatig wit geschilderd en voorzien van het “glas”, wat Jac heeft gemaakt. Voor het spuiten worden de vensters geheel afgedekt.

Het dek is intussen gereed gemaakt en ligt nu los op de romp. Het z.g. lijfhout is de iets verhoogde rand, waarop de reling komt te staan. Dit gaat er pas op als de romp gereed is. De openingen voor de roosters zitten er wel in. De rest kan pas worden gedaan als we de delen bij elkaar gaan brengen.
De boeg is ook gereed. De lijn voor de ramen is op de romp gezet.
Die kunnen bijna gefreesd worden.
De roosters moeten op het dek worden gelegd. Dat moet met een opstaande rand, anders kan regen of buiswater de machinekamer inlopen.
Die rand is van 7 mm fineer en steekt 1,5 mm boven het dek uit. De rest steekt onder het dek uit en krijgt een zwarte bodem. Het is een ingelaten open kistje geworden.
We maken de binnenkant zwart, zodat een dieptebeeld ontstaat.
Eerst moeten de raderdekken worden pasgemaakt op de romp.

Martin heeft het roergangerbordes met de “tafelpoten” gereed, compleet met stuurwiel en reling.
Ook de scheepsbel is klaar. Tevens heeft hij het nodige in kleur gespoten.
Het bordes met de tafelpoten en scheepsbel.
De complete stuurstand.
Het frame van het scheprad.
De lagerstoel voor de hoofdas.
Het buitenbordes met trapje (met overlengte).
Test teak gelakt ruw fineer.
Dat gelakte fineer is nodig voor alle houten opbouwen die bijna altijd van teakhout waren.
We moesten even testen of dit een goede kleur hout is. Hier gaan we mee verder.
We hebben een vraag neergelegd bij het MMR over de sloep van de "Merwede".
Ze hebben speciaal het model uit het schap van het depot gehaald om de foto’s te kunnen maken.
De sloep voor de "Merwede" bleek van metaal te zijn geweest. Wij gaan nog in overleg of we hout of ook metaal zullen gebruiken.
  
Onderstaande foto’s kregen wij van het MMR.
De sloep is veel langer dan op de "Stad Geertruidenberg". Het schip is ook veel langer.
Martin heeft nog een malletje van een roeiboot die aan de afmetingen voldoet. We hangen hem buitenboord zoals ook bij de "Merwede" het geval is.
We danken wederom de medewerking van het MMR.
Door Rinus Damsteegt
MBV                     Het Stormanker Breda
Door de feestdagen heeft de bouw wat vertraging opgelopen. Althans wat mijn aandeel betreft.
Martin gaat rustig door.
Hij heeft de raderen klaar, compleet met de voortstuwingsplanken.
Als gewoonlijk weer een knap stukje werk.
Intussen is hij verdergegaan met de bouw van de roeiboot met de davits.
Hij had nog een persmalletje liggen van een passende roeiboot, die precies de juiste grootte heeft. Ook dit resultaat mag er zijn.
Alle onderdelen zitten er al bij. Nu nog spuiten
.
Ik ben intussen verdergegaan met de raderkast constructie.
Hans Peijen stuurde mij met WeTransfer veel files met tekeningen voor modelbouw.
Er zitten ook bouwplaten bij, waaronder de Rigi, die in het verkeersmuseum in Luzern staat. Het is het oudste, nog bestaande, stoomraderschip ter wereld.
Die bouwplaat laat goed zien hoe de constructie is voor zo’n raderkast, zoals ik dat noem.
Het bestaat naast de uitgebouwde dekdelen uit een stukje tunnel voor de rader. Links en rechts is het uitgebouwd. Aan de voorkant zit in ieder geval een kombuis. De andere kant kan heel goed een berging zijn. Aan de achter zijde is aan beide kanten een ruimte voor de conducteur.
Hij heeft zicht op de trapjes die toegang geven aan de passagiers tot het schip. Probleem is dat de zeeg al begint waar de opbouw zit. Dus moeten de dekdelen tijdelijk ondersteund worden op de juiste hoogte.
Zo kan het wandje aan het wat oplopende dek aangepast worden. Hiervoor zijn 4 pennen door de romp gestoken.
Instructiestukje van de bouwplaat van de Rigi.
Om de halfronde delen van deze tunnel te maken is een cirkel getekend op een plaatje van 0,5 mm kunststof.
In de passerpuntcenter een gaatje geboord en met een schroefje op een plankje geschroefd, zodanig dat het nog draaien kon.
In het freesmachientje een rond schuurschijfje gezet.
Al ronddraaiende is de schijf mooi rond op maat geworden.
De center zit precies tussen de twee vlakken in, dus konden op maat worden doorgesneden. Met witte houtlijn is de boog erop gelijmd.
Die is vooraf natuurlijk rond gebogen.

De opening, nodig voor het insteken van de raderen is niet erg ruim.
Daarom zijn de twee dekdelen gesplitst. Daartussen zit nu de tunnel waar het rader in draait. De houten bladen zijn 34 mm breed en de ruimte om het rad in te steken is nu 37 mm.
De romp met de 4 doorgestoken pennen
De romp met de raderkasten
Vervaardigen van de raderkasten
Wordt vervolgd.
De 4 wanden aan de dekzijde zijn voorzien van panelen en een deur.
De wandjes zijn op het dek gelijmd met de nodige hulpschotjes.
Deze zijn om de rondlopende buitenwand en het dak in de juiste vorm te krijgen.
Het compartiment achter het achterwandje is bruin gemaakt om geen witte randen te zien door de ramen.
De dakdelen zijn al zoveel mogelijk voorgevormd. We zijn ervan uit gegaan dat ze zijn samengesteld uit houten planken van 12,5 cm breed, 2,5 mm op schaal.  Bekeken moet nog worden welke kleur het mooiste is. Het dak wordt eerst op het frame gelijmd met seconden-gel. Daarmee kun je meteen de vorm erin drukken. Dan met een kartonnen strook de buitenwand aftekenen door het te buigen in de vorm van de buiglijnen. Het dak is van 1 mm dik kunststof.
De voorgevormde dakplaat met ingesneden latjes.
De randen van deze dakplaat zijn bruin geverfd, omdat je er later moeilijk bij kan.
De rand bij de rechte zijden is 1,5 mm. Dat is de overstek voor de daklijst.
Martin heeft intussen weer wat onderdelen gemaakt:
de lichtkap van de machinekamer, de toegang tot de machinekamer en de stuurstand. Alles bruin geverfd.
Ook de binnenzijde van de sloep is bruin.
Ook de loopbrug is gereed in kleur. De beide bordessen komen op het dek van de raderkasten.
De trap heeft nog overlengte, omdat de juiste hoogte van de raderkasten, waar de brug op komt, nog moet worden ingemeten.
Het dak is op de wanden gelijmd. In de behuizing zijn enkele hulpschotjes gelijmd.
Die vormen de daklijn van het dakplaatje. Vroeger werd het dak met een soort van lijnolie ingesmeerd. Dat heeft een donkerbruine kleur. Omdat de deklatjes zijn ingesneden zie je de naden nog door de verf.
Het stokanker is gemaakt van een stukje plexiglas.
De stok en de bladen zijn weer van brons of messing
De ankerlier is geheel van brons en messing gemaakt. Alle tandwielen zijn op schaal met de juiste tanden. Het zou bijna kunnen werken.
De samengestelde ankerlier zonder kap zodat het binnenwerk goed zichtbaar is.
Met kap