Bouwverslag
De Linge
Door Paul Kroon
We (ver)bouwen de ‘River Queen’
Na de bouw van de werkvlet ‘Po’ had ik de behoefte om eens iets anders te bouwen dan een modern werkschip. In het Engelse blad ‘Modelboats’ waar ik sinds jaren een abonnement op heb, viel mijn oog op een advertentie van Mount Fleet Models met een model van de ‘River Queen’ een ‘steam towing launch’ (een stoomaangedreven motorbarkas).  Zie foto 1.
Foto 1
Met een schaal van 1:24 en een totale lengte van 70 cm. is dit een handzaam model. Ik ben zo brutaal geweest om de bouwdoos op
mijn verlanglijst voor mijn verjaardag te zetten.
De vreugde was dan ook groot toen in juni 2013 mij een grote kartonnen doos werd aangeboden waarin het begeerde model zat.
De River Queen is een Engels model en van een Engelse fabrikant en dat is even wennen. Je komt tijdens het bouwen de gekste
uitdagingen tegen.  De kwaliteit van een aantal onderdelen viel tegen. De GRP-onderdelen (romp, opbouw  machinekamer en roef)
waren niet symetrisch en wat recht moest zijn was soms krom. De opbouw machinekamer was eigenlijk niet bruikbaar en moest op
eigen kracht opnieuw worden gemaakt.  En als het dan toch opnieuw moet,  komt de vraag naar voren of  dit misschien het moment
is om te besluiten om  het model dan maar naar je eigen zin te maken. En dat is dan ook gebeurd. De bouw van de ‘River Queen’ is
eigenlijk de verbouwing geworden van een typsch Engelse motorbarkas naar een typisch Nederlands sleepbootje.
Maar hoe verbouw je zo’n model zodat het nog aannemelijk lijkt als het gereed is?
Mijn oplossing: je verzint een levensloop van het betreffende schip en gebruikt daarvoor literatuur en je dikke duim. In de geest van:
het zou hebben gekund.
Het origineel
Het betreft een laat negentiende-eeuwse barkas die met honderden tegelijk werden gebouwd en opereerden in havens en estuaria
over heel  de wereld. Ze werden gebruikt voor lichte sleepwerkzaamheden, bij voorbeeld om lege bakken te verslepen die door
grotere sleepboten, die niet in ondiep water konden varen, werden achtergelaten. Ze werden ook gebruikt voor het vervoer van
personen tussen wal en schip als dat nodig was. Ze waren ook handig om lichte belading te vervoeren en om in te zetten voor
peilwerkzaamheden.
De betreffende  stoombarkas, met het officiële bouwnummer 108391, werd in 1892 te water gelaten  met de naam ‘Clive’ en de
registratiehaven was Londen. Ze werd gebouwd door Lobnitz & Co Ltd te Renfrew in Schotland onder werfnummer 478.
De eigenaar in 1898 was S. Pearson & Son Ltd te Londen. In 1910 kocht W.H.J. Alexander Ltd. de Clive en gaf het de naam ‘Sunny’.

Op de één of andere wijze verdween de Sunny tussen 1937 en 1939 van de maritieme registratielijsten.
Om het model van de Clive/Sunny een meer algemene naam te geven is zij als model uitgebracht onder de naam ‘River Queen’.
                                                                            Bron: vrij vertaald uit de bouwbeschrijving van Mountfleet Models.
Maar waar was de Sunny sinds 1937 gebleven?
Een Nederlands baggerbedrijf vond eind 1937 de Sunny op een verlaten werf in Newport, Zuid-Engeland, en kocht het schip om het
in te  zetten op een werk in Zuid-Afrika. Maar de crisis eind dertiger jaren en later de tweede wereldoorlog  beletten het transport
van de Sunny   naar het verre buitenland. Na de tweede wereldoorlog was er gebrek aan materieel. De Sunny werd in de zomer van
1945 in Newport weer opgediept en naar Nederland gehaald om bij een Vlaardingse scheepswerf te worden verbouwd.  De
kolengestookte installatie werd vervangen door een oliegestookte,  zodat het schip sneller vaarklaar gemaakt kon worden. Hierbij
werd de schoorsteen naar voren verplaatst om ruimte  te maken voor een stuurhut. Verder werd het o.a. voorzien van een
eenvoudige (op elleboogstoom aangedreven) ankerlier met zowel een hallanker als een stokanker om ook inzetbaar te kunnen zijn
op de Rijn en de Maas met hun zijrivieren. Voor de roef werd een ‘2de hands’ mast compleet met verlichting geplaatst zodat kon
worden voldaan aan de regelgeving. 
Eind 1945 kwam de Sunny weer in bedrijf, maar nu onder de naam ‘Linge’.  Als Linge heeft zij nog als sleepboot dienstgedaan tot
1959. Het baggerbedrijf besloot toen om de Linge te behouden als directievaartuig en heeft haar bij dezelfde werf als waar zij in
1945 verbouwd werd, laten opknappen.  Tot op heden is de Linge alleen nog te bewonderen tijdens evenementen.
                                                                            Bron: de dikke duim van de schrijver.
De bouw van het model
De bouwdoos bevat de eerder genoemde GRP-onderdelen, romp, opbouw machinekamer en roef, modelbouwtriplex, allerlei
metalen buisjes, latjes, touwwerk en kartonnen doosjes gevuld met (heel veel) wit-metalen onderdelen, een bouwtekening en een
bouwbeschrijving. Bouwtekening en bouwbeschrijving zijn summier. Een beginnend modelbouwer kan hier niet zo veel mee.  Op
één van de triplexpanelen was het dek ingetekend met viltstift.  Dit had een dermate slechte kwaliteit dat  na uitsnijden van het dek
dit alleen nog bruikbaar was als onderligger voor een nieuw dek.  De in de beschrijving aangegeven foto’s ontbraken, evenals  twee
lampenglazen (stuurboord en bakboordlicht). Dit laatste was met een handgeschreven brief aangegeven met de mededeling dat
deze nog na gestuurd zouden worden. De fabrikant heeft woord gehouden! De lampenglazen werden inderdaad gestuurd (na
precies een jaar!). Tijdens het bouwen bleek dat van alle aanwezige onderdelen er ruim voldoende was. Er was zelfs een reserve
kapitein. In de bouwdoos zaten ook een schroefas met schroef en een elektromotor met koppeling.
Toen de balans van de inhoud van de  bouwdoos was opgemaakt, kon er nagedacht worden over hoe één en ander er uiteindelijk
uit moest gaan zien en worden geïnventariseerd wat er nog aan onderdelen en materialen ontbrak.
In het boek ‘Nederlandse Rijn- en binnensleepvaart, Toen en nu’ van  Martin van der Geer zijn veel foto’s te vinden van sleepboten
van voor   en net na de tweede wereldoorlog. Deze foto’s geven een goed beeld van diverse onderdelen zoals een stuurhut,
ankerlier met ankers, roef, mast e.d. .
Meer in detail en met bouwbeschrijving staan dergelijke onderdelen beschreven in het (Engelse) boek ‘The ship modelbuilders
handbook’ van Tom Gorman.
Na wat ontwerp en tekenwerk is er een stuklijst gemaakt. Een groot aantal ontbrekende onderdelen konden nog uit eigen voorraad
worden aangevuld,  het overige is bij  ‘Modelbouwshop Flevoland’ en ‘Quartel Modelbouw’ besteld.  Tekort komend houtwerk, in de
vorm van latjes en plankjes, kon worden gekocht bij een poppenhuiswinkel in Bergen op Zoom.
De romp
Allereerst moesten de schroefas,  de doorvoerbuis van het roer en de hak van de romp worden aangebracht. In de
bouwbeschrijving staat aangegeven om dit eerst (zonder lijm te gebruiken) te passen.  Dit is geen overbodige waarschuwing. De
schroefas heeft geen geleiding    zodat je geen idee hebt hoe de schroef uiteindelijk past in de hak. Dit is opgelost door eerst een
koker op de bodem van de romp te lijmen.
In de koker kan de juiste positie van de schroefas worden gefixeerd met spietjes. Als alles netjes is uitgelijnd en goed past in de hak,
kan de koker worden gevuld met 2-componentenlijm. 
Foto 2
Om de motor in de romp  vast te kunnen zetten, moest een houder worden gemaakt. Hiervoor is een aluminium L-profiel gebruikt. Tussen de motor en de schroefas is rondom de koppeling een opvangbakje voor lekwater aangebracht. Om in een later stadium het dek aan te kunnen brengen, is aan de binnenzijde van de romp een lijst gelijmd en zijn verbindingsbalken aangebracht. De positie van de verbindingsbalken wijkt af van de bouwtekening vanwege wijzigingen in de bovenbouw.
Op foto 2 is de binnenzijde van de romp te zien (foto genomen in de ‘werkplaats’). Op foto 3 is het roer, de hak en de schroef te zien.
De hak is met 2 pennen en 2-componentenlijm aan de romp bevestigd.
Foto 3
Foto 4
Het dek
Zoals al is aangegeven, is het dek opnieuw gemaakt met het dek uit de bouwdoos als mal en voorbeeld. In diverse uitgaven van  ‘Modelboats’ en ‘Modellwerft’ staat beschreven hoe je een dek kunt maken met latjes en fotokarton. Van restanten van houten jaloezieën (van die Zweedse woonwinkel) zijn met een minizaagmachine latjes op maat gezaagd. Deze latjes zijn iets meer dan 2 mm dik en van palmhout. Op een plankje zijn een aantal proeflatjes gelijmd met strookjes fotokarton ertussen. Zie foto 4. Tien van de twaalf latjes op een rij dienen om de werkende breedte te bepalen. Bovenste deel van de foto. Onder op de foto  zijn vier latjes geschuurd om het eindresultaat te kunnen beoordelen. Door het schuren van de latjes en het fotokarton krijgt één en ander een grauwe tint. Dat komt omdat palmhout zacht is en de vezels van het fotokarton in het hout worden geschuurd. Het eindresultaat is echter zeer realistisch. Het lijkt op een dek waar jaren lang op is gewerkt en kolen zijn gemorst.
Het dek uit de bouwdoos werd op maat gemaakt en omgedraaid.  Het omgekeerde dek werd voor de zekerheid nog eens in de romp gepast.
En dat was maar goed ook! Het bleek namelijk dat de romp niet symmetrisch was. Dit kon gelukkig  met enig wringen en trekwerk grotendeels opgelost  worden.
Op het omgekeerde dek werden de uitsparingen voor de opbouw getekend en uitgezaagd. Met hulplijnen werd aangegeven hoe de latjes moesten worden verdeeld en waar de omkaderingen van de opbouw moesten komen. Voor de omkaderingen zijn  brede stroken palmhout gebruikt die later vanuit de uitsparingen voor de ombouw met een figuurzaag op maat zijn gezaagd. De twee rozetten voor de toegangsluiken in het dek zijn in dit stadium eveneens  opgelijmd. Zie foto 5.
Na voldoende latjes op maat te hebben gezaagd en strookjes fotokarton te hebben gesneden, werd begonnen met het oplijmen van de dekplankjes.  Het resultaat is te zien op foto 6. De buitenzijde moet dan nog op maat worden gemaakt.
Het eindresultaat van het dek is te zien op foto 9  waar het dek is afgewerkt met 3 lagen verdunde kleurloze lak.
Foto 5
Foto 6
Foto 9: de Linge in een kunststof krat met water voor de lekproef
De opbouw
De opbouw bestaat uit 2 onderdelen:  de roef en de machinekamerkap. Hoewel de  GRP-mal van de roef niet helemaal symetrisch bleek te zijn, is toch besloten om deze te gebruiken. Van de GRP-mal van de machinekamerkap is afscheid genomen. Uit modelbouwtriplex is een nieuwe kap gemaakt.  Zie foto’s 7 en 8.
De roef
Volgens de bouwbeschrijving moeten de zijkanten van de roef worden beplankt met strookjes triplex van 0,8 mm.  Het resultaat is te zien op  de foto’s van de website van de fabrikant. Over smaak valt niet te twisten, maar ik vond het niet mooi. Ik heb latjes van 2 x 4 mm van de poppenhuiswinkel gebruikt. Het bleek een lastig karweitje te zijn omdat later de patrijspoortkaders (van witmetaal) er nog in moeten passen, de roef ‘ronde hoeken’ heeft en de wanden een klein beetje taps lopen. Door  de latjes te verjongen en de zijkanten schuin te schuren, is het geheel met veel geduld goed passend te maken. Na oplijmen van de latjes zijn deze op de vaste schuurmachine bij de hoeken rond geschuurd. Daarna is de toegang volgens de bouwbeschrijving aangebracht. Al het houtwerk is daarna nogmaals lichtjes met de hand geschuurd en drie keer in de verdunde beits gelakt. Het resultaat is te zien op foto 10.
Foto 7
Foto 8
De bouw van de mast komt later aan de orde.
De machinekamerkap
Alleen het schuifluik van witmetaal  uit de bouwdoos is gebruikt. Van de vijf  draailuiken (ook  van witmetaal) zijn de scharmieren afgezaagd  en aan nieuwe luiken van triplex gelijmd. Met uitzondering van het luik voor de schoorsteen zijn de luiken van een patrijspoort voorzien.  De sleephaak zat oorspronkelijk aan de schoorsteen gemonteerd. Door toepassing van een stuurhut achter de schoorsteen moest een andere oplossing worden gezocht. De sleephaak zit nu aan een beting die met een bodemplaat op de machinekap is geplaatst. Verder zijn er ter hoogte van de beting en het toegangsluik voor de schoorsteen 4 opstapjes aangebracht. Deze waren bij het origineel niet aanwezig. 
Tot slot zijn de luchtinlaten uit de bouwdoos  geplaatst. Op de foto’s 10, 11, 12 en 13 is één en ander in diverse stadia van de bouw te zien.
De schoorsteen
Voor het maken van de schoorsteen zijn alle materialen uit de bouwdoos gebruikt. Om een kunststof buis zijn witmetalen ringen geschoven en gelijmd. In de doorvoeren van de ringen zijn de leidingen van de stoomfluit en  het overdrukventiel geplaatst. Op foto 10 zit alles nog los, op foto 12 is alles vastgelijmd, afgewerkt (oneffenheden opgevuld en geschuurd) en geverfd.
De stuurhut
De stuurhut is 100% eigen fabricaat.  Hiervoor is dun modelbouwtriplex gebruikt. De wanden zijn beplankt met  latjes van 5 x 2 mm van de poppenhuiswinkel. Zie foto’s 10 en 11. De deuren schuiven in messing u-profielen en zijn opgebouwd uit dun modelbouwtriplex, incl. de beplanking. Alle ramen zijn er pas na het beitsen van de beplanking ingezet. Na plaatsing van de ramen zijn deze aan de buitenzijde geborgd met vooraf geschilderde raamlijsten.  De stuurhut is van interieur voorzien. Het stuurwiel met kolom uit de bouwdoos is gebruikt.
Verder zijn er kastjes opgehangen, een stoel en een kruk voor de kapitein geplaatst. Om in de stuurhut te kunnen komen zijn optredes aangebracht. De ruimte tussen stuurhut en boord is krap. Maar dat was vroeger gebruikelijk.
Foto 10
Foto 11
Foto 12
Foto 13
De mast
De mast is gemaakt naar het voorbeeld van de mast van stoomsleepboot ‘Noordzee’. De petroleumlantaarns schuiven op kabels langs de mast.  Omdat de kabels  strak moeten staan en er boven nog een dwarshout  en een vlaggenhouder aanwezig is, zit het kritieke punt boven in de mast waar deze zijn kleinste diameter heeft. Om die reden is besloten om een houten mast te maken met een metalen kern.  De mast bestaat uit gelamineerde plankjes van 2 mm dik met een kern van een hol vierkant messingprofiel van 2 x 2 mm.  Het geheel is gelijmd met 2-componentenlijm en na droging rond en taps geschuurd. De uithouders voor de kabels, dwarshout, vlaggenhouder  zijn van messing profiel en gesoldeerd op ringen die over de mast geschoven zijn. Het dwarshout stekt door de bovenste ring en door de kern van de mast, dus door het vierkante messingprofiel . Het is een heel gepruts, maar het voldoet uitstekend en het is sterk.  De twee lantaarns zitten met de rug tegen een bord dat aan weerszijden een hole buis heeft. Deze holle buizen glijden over de kabels die tussen de kabelhouders zijn gespannen. Zie foto 12.
De handlier
Na de mast wachtte er nog een nader precies karweitje: het maken van de handlier.  Het bijzondere aan de handlier is dat ze geen handwielen heeft aan de zijkant, maar een slinger aan de achterzijde. Er is domweg aan boord te weinig ruimte om de lier vanaf de zijkant te bedienen. 
De lier is opgebouwd uit kunststofplaat en kunststof profielen. De tandwielen, incl. benodigd wormwiel komen uit de verzameldoos. De slinger is van messsing.  Bovenop zit een klamp van witmetaal uit de bouwdoos. Op de foto’s 12 en 13 is de handlier te zien.
De afwerking
De reling bestaat  uit witmetalen stijlen voorzien van een oog.  Door het oog loopt van origine een touw.  Ik heb gekozen voor en robuustere oplossing. Door het oog is messingdraad aangebracht.
Op de verschansing bij de boeg is een verhoging gemaakt, zoals in Nederland gebruikelijk was. Deze geeft tevens steun aan de ankeruithouder. De meeste witmetalen onderdelen uit de bouwdoos, aangevuld met gekochte onderdelen en onderdelen uit eigen voorraaddoos, zijn, nadat ze waren geschilderd, aangebracht.
Foto 14: Het schilderwerk
Tijdens de bouw zijn, zoals op diverse foto’s is te zien,  al onderdelen geschilderd of gelakt voordat ze in elkaar of aan elkaar gezet zijn. Vanwege de vele kunststof en metalen ondergronden is de  grondlaag gespoten. De deklagen zijn met de hand aangebracht. Alle onderdelen zijn in matglans geschilderd. Na het schilderen is de belettering en de belijning aangebracht.
De elektronica.
Een Modelkraft  2,4 mHz zender en ontvanger zorgen voor de besturing en het regelen van de vaarsnelheid. Verder is er een stoom/rookgenerator (uit Australië) ingebouwd. Het is de bedoeling dat er nog een elektronische stoomfluit ingebouwd gaat worden.  Het zal overigens lastig zijn om hier nog een plekje voor te vinden.
Tot slot
Het eindresultaat is weergegeven op de foto’s 14 en 15. Als we foto 15 van de ‘Linge’ vergelijken met foto 1 van de ‘River Queen’ vallen de overeenkomsten en verschillen op. Persoonlijk vind ik de aanpassingen een verbetering, maar laat een ander daar maar over oordelen.
Na een lichte teleurstelling bij het inventariseren van de bouwdoos is er aan het eind van het bouwproces toch een voldoening over het eindproduct.  Het was leuk om eens iets geheel anders op een geheel andere wijze te bouwen!
Foto 15
Rest mij nog een overzicht van gebruikte literatuur. Voor diegene die het na wil zoeken.
Literatuurlijst

Nederlandse Rijn- en binnensleepvaart, Toen en nu
Martin van de Geer
Uitgeverij de Alk B.V. Alkmaar
www.alk.nl
ISBN 90 6013 922 4

The Ship Model Builders Handbook (2000)
Tom Gorman
Published bij Nexus Special Interests
ISBN I-85486-206-5
Blz. 7 : anchor cranes and davits
Blz. 39 en 40 : decks and deck planking
Blz. 136 : engineroom skylight

Model Boats wintereditie 2013
Steam Tug Wattle blz. 8 tot en met 23
Bouwbeschrijving van een Australische oliegestookte stoomsleepboot en met foto’s van het (gerestaureerde) origineel.
Specifiek:  dekbeplanking, bouw van een stuurhuis, handlier en machinekap met luiken.

Modell Werft juli 2011
Blz. 52 tot en met 55: Decksbeplankung

Model Werft januari 2014
Blz. 74 en 75: Kalfaterung, Imitation mit Moosgummi

Paul Kroon,
Bergen op Zoom
MBV                     Het Stormanker Breda